Op 26 september vond de derde Dim Sum Sessie van 2024 plaats. Het thema was ouderschap, met ouders en experts op het gebied van ouderschap aan tafel.

Op 26 september vond de derde dimsumsessie van 2024 plaats. Het thema was ouderschap en de hoofddoelgroep waren ouders en experts op het gebied van ouderschap.
Op de tafel is in het verlengde een balk geplaatst met aan elk uiteinde twee extremen. Dit keer ging het om de labels ‘Aziatisch’ en ‘Niet-Aziatisch’. Aan de deelnemers werd gevraagd om niet zichzelf maar aspecten van hun identiteit te plaatsen op de balk. Voorbeelden hiervan zijn hobby’s, normen en waarden en hun opvoeding.
Tijdens het gesprek over identiteit en opvoeding deelden de deelnemers uiteenlopende ervaringen over hoe zij zichzelf als Aziatisch identificeren en hoe hun opvoeding daarin een rol heeft gespeeld. Een deelnemer gaf aan dat hij zichzelf wel als Aziatisch identificeert en zich ook zo voorstelt, maar dat hij zichzelf niet als een “klassieke Aziaat” ziet, ondanks dat zijn ouders in Azië zijn opgegroeid. Deze balans tussen een Aziatische en Nederlandse identiteit kwam bij meerdere deelnemers terug. Zo omschreef iemand hoe het thuis voelde als een “mini-Hong Kong,” terwijl hij daarbuiten meer Nederlands was. De ouders van een andere deelnemer waren relatief liberaal; hij hoefde bijvoorbeeld niet in het familierestaurant te werken, wat hem de ruimte gaf om zijn eigen keuzes te maken. Een andere deelnemer merkte op dat diepgaande gesprekken met haar ouders vaak lastig waren, mede omdat zij sommige gevoelens in het Nederlands beter kon uitdrukken dan in de taal van haar ouders.
De verschillen in opvoeding en cultuur werden verder benadrukt door deelnemers die zowel met Aziatische als Nederlandse invloeden zijn opgegroeid. Een deelnemer, die zowel bij haar Chinese ouders als bij Nederlandse pleegouders heeft gewoond, beschreef hoe verwarrend deze twee werelden soms waren. Waar ze bij haar Chinese ouders nooit op schoot zat, ervaarde ze bij haar Nederlandse pleegouders juist veel lichamelijke intimiteit. Deze ervaring gaf haar uiteindelijk de mogelijkheid om bewust te kiezen welke aspecten ze wil overnemen in de opvoeding van haar eigen kinderen.
Voor geadopteerde deelnemers speelden weer andere uitdagingen mee. Een geadopteerde Koreaanse deelnemer deelde dat haar Nederlandse adoptieouders haar niets hebben meegegeven van de cultuur van haar geboorteland. Het opgroeien in een witte omgeving zonder culturele aansluiting met haar roots was zwaar en gaf haar het gevoel er niet volledig bij te horen.
De tafel werd verdeeld in vier vlakken. Elk vlak kreeg een vraag. De deelnemers plaatsten ieder post-its met antwoorden op de vragen. Na afloop stemden de deelnemers op de post-its van anderen die zij het meest interessant en/of herkenbaar vonden. Elke deelnemer besprak bij de plenaire bespreking welke post-its zij van een stem hadden voorzien.
Tijdens het gesprek over ouderschap en de invloed van opvoeding op volgende generaties kwamen er belangrijke thema’s naar voren over de relatie tussen ouders en kinderen, en de balans tussen wat wel en niet wordt gedeeld. Een vraag die centraal stond was: is het gezond om alles voor je kind over te hebben? Voor veel deelnemers werd duidelijk dat in hun eigen opvoeding het geluk van hun Aziatische ouders sterk afhankelijk leek van hun prestaties. Succes werd gemeten aan de hand van hoe goed het kind het deed, en dat bracht voor sommigen een grote druk met zich mee. Een deelnemer deelde dat ze als enig meisje tussen drie broers verantwoordelijk werd gehouden voor het geluk van haar moeder. Deze nadruk op prestaties en genderrollen in de opvoeding bracht veel herkenning binnen de groep.
Een terugkerend thema was het generatiegebonden trauma dat in de opvoeding doorsijpelt. Veel deelnemers gaven aan dat emoties en conflicten binnen hun gezin vaak onbesproken bleven. Er was een impliciete verwachting dat kinderen het beter moesten hebben dan hun ouders, maar de middelen om dit te bespreken of te uiten ontbraken vaak. Een ouder vertelde dat haar kind zich buitengesloten voelde omdat zij bepaalde dingen nooit had gedeeld. Het was nooit haar bedoeling geweest, maar het was simpelweg niet bij haar opgekomen om over die onderwerpen te praten. Deze ervaring benadrukte voor haar hoe belangrijk het is om gevoelens bespreekbaar te maken, en om als ouder te durven delen wat iets met je doet.
Toch blijft dit een uitdaging. De deelnemers gaven aan dat ze zelf vaak zoekende zijn naar hoe ze dit anders kunnen doen dan hun ouders. Een van hen vertelde dat ze als kind juist de druk voelde om geen zware gevoelens te uiten, omdat haar ouders altijd benadrukten hoe goed ze het had. Ze realiseerde zich later dat dit eerder voortkwam uit het feit dat ze zich door haar ouders niet altijd gezien voelde. De groep besprak dat kwetsend gedrag van ouders vaak voortkomt uit onwetendheid: ze weten niet altijd hoe ze met emoties of moeilijke situaties om moeten gaan, mede door de manier waarop zij zelf zijn opgevoed.
De invloed van taal en cultuur op mentale gezondheid kwam ook aan bod. In niet-westerse culturen wordt mentale gezondheid vaak niet besproken, en soms ontbreken zelfs de woorden om hierover te praten in de moedertaal. Dit kan leiden tot onbewuste patronen die van generatie op generatie worden doorgegeven.
Deelnemers waren het erover eens dat het delen van verhalen en gevoelens met kinderen essentieel is, niet alleen om hen een gevoel van identiteit mee te geven, maar ook om hen te laten begrijpen waar zij bij horen. Sommige ouders vragen hun kinderen actief hoe ze zich voelen en hoe zij hun identiteit ervaren, juist omdat dit kan veranderen. Dit bewustzijn helpt niet alleen bij het doorbreken van oude patronen, maar biedt ook een kans om nieuwe, meer open en emotioneel gezonde relaties met hun kinderen op te bouwen. Het gesprek onderstreepte hoe waardevol het is om niet alleen stil te staan bij wat je wilt doorgeven aan de volgende generatie, maar ook hoe belangrijk het is om bewust te werken aan de dingen die je zelf hebt gemist in je eigen opvoeding.