Wat gebeurt er als racisme zo vaak wordt herhaald dat niemand het nog ziet…


Stop de normalisering van anti-Aziatisch racisme in media. Ruim 22.000 handtekeningen binnen. Maar we zijn er nog niet. Teken jij ook mee of deel jij de petitie met mensen om je heen?
Voor veel mensen is televisie iets waar je in groeit. Je komt terug, probeert iets, scherpt het aan. Maar voor mensen zoals wij werkt dat anders. Wij zitten hier niet vaak. En als we er zitten, is het zelden omdat we gezien worden als expert. Het is omdat er iets gebeurd is. Of omdat het ergens over moet gaan dat schuurt. Of omdat het, laten we eerlijk zijn, ook een beetje vermaak is.
Zelfs als je wel de expertise hebt, voel je hoe het gesprek zich langzaam van je af beweegt. Het kantelt, bijna ongemerkt, terug naar jouw ervaring. Hoe voelde dat? Wat deed het met je? Alsof je er niet bent om iets uit te leggen, maar om iets te dragen. Alsof jouw rol is om het invoelbaar te maken, niet om het te duiden. En ergens snap je dat ook. Televisie wil voelen, wil raken. Maar tegelijkertijd weet je dat als het daar blijft, er niets verandert.
Wat het ingewikkeld maakt, is dat het gesprek zelden gewoon een gesprek mag zijn. Er moet iets tegenover elkaar staan. Alsof er altijd iemand nodig is die het kleiner maakt, die nuanceert, die zegt dat het niet zo bedoeld was. Alsof dat nodig is om het gesprek “in balans” te houden. Maar wat betekent balans, als de realiteit zelf al uit balans is?
Je zit daar en denkt: hoe kan iets wat voor jou zo helder is, nog steeds iets zijn waarover onderhandeld wordt? Misschien heeft het te maken met hoe weinig dit eigenlijk gebeurt. Hoe weinig mensen die eruitzien als jij daar zitten om dit uit te leggen. Niet als verhaal, niet als uitzondering, maar als iemand die weet waar ze het over heeft. Dat je dus niet alleen moet spreken, maar ook moet bewijzen dat je er mag zijn.
En dat voel je. Niet als gedachte, maar ergens lager. In je lijf. De druk om het goed te doen. Niet alleen voor jezelf, maar voor iedereen die niet aan tafel zit. Voor de mensen die dit herkennen. Voor de kinderen die meekijken en misschien voor het eerst iemand horen zeggen wat zij al lang voelen, maar nooit zo hebben kunnen benoemen. Misschien zelfs voor je eigen kinderen.
Dat zij later niet hoeven uit te leggen waarom iets pijn doet. Dat ze niet leren dat ze er maar om moeten lachen. Dat ze niet opgroeien met het idee dat ze een grap zijn.
Maar je krijgt geen ruimte om te zoeken. Geen tweede kans. Dus je kiest je woorden. Je voelt hoe je balanceert, zonder dat iemand dat ziet. Tussen duidelijk zijn en niet te veel. Tussen benoemen en niet weggezet worden. En ondertussen loopt de tijd gewoon door. Wat je daar voelt, wordt zelden gezien. Net als wat eraan voorafgaat. Want dit begint niet in de studio. Het begint eerder, in een ruimte waar jij niet bent. Waar wordt besloten of iets interessant genoeg is, of het past, hoe het verteld kan worden. Daar krijgt het verhaal al vorm.
En daar verschuift er iets.
Er wordt vaak al over ons gesproken voordat er met ons wordt gesproken. Alsof onze realiteit eerst vertaald moet worden voordat die begrijpelijk is. En ergens onderweg verandert iets concreets in iets abstracts. Iets waar je mee leeft, wordt iets waarover je kunt discussiëren. En misschien is dat wel de kern. Dat iets wat voor de één een dagelijkse realiteit is, voor de ander een onderwerp wordt. Iets waar je naar kunt kijken, waar je iets van kunt vinden, waar je het misschien wel of niet mee eens bent. Terwijl het voor ons nooit een mening is geweest.
Het zit niet alleen in grote momenten, maar juist in de kleine. In woorden die blijven hangen. In blikken die je leert lezen. In die korte twijfel die zich steeds opnieuw aandient: lag het nou aan mij? En precies daar begint het. Niet als iets groots, maar als iets wat blijft liggen. Wat niet wordt benoemd. Wat zich ophoopt, totdat het normaal voelt. En misschien is dat wel het gevaarlijkste wat er is. Niet dat het gebeurt, maar dat het blijft gebeuren. Dat is hoe iets normaal wordt.
Dus je zit daar, onder die lampen, en je probeert iets te doorbreken wat al veel langer bestaat dan dat moment. Met een paar zinnen. Met woorden die zorgvuldig gekozen zijn, maar nooit helemaal genoeg voelen.
En je weet: wat je zegt, blijft hangen. Maar ook wat je niet zegt.
Liefs,
Hui-Hui