“Mijn moeder zei altijd dat ik lichter moest lijken.” Een verslag van de Dim Sum Sessie over schoonheid, schaamte, kolonialisme en de kracht van gemeenschap.

“Mijn moeder zei altijd dat ik lichter moest lijken.”
De woorden vielen zacht, maar ze raakten hard. Het werd stil. Alsof iedereen in de ruimte wist hoe zwaar zo’n enkele zin kan wegen. Er werd niet gegniffeld, niet gegrapt. Alleen een collectief van herkenning. Je voelde het in je lichaam: dit was geen losse ervaring, maar een gedeelde last. Vanaf dat moment lag de ondertoon vast. We zouden het hebben over schoonheid, maar eigenlijk ook over liefde, schaamte, kolonialisme en de blik van een ander die je leert overnemen.
We begonnen in een kring, met dampende kopjes thee in onze handen. Een zachte start, die meteen ruimte maakte voor intimiteit. Iedereen kreeg post-its en een pen. We tekenden wat voor ons symbool stond voor schoonheid. Een paraplu, een potje crème, een mes. Kleine voorwerpen, maar beladen met verhalen. De paraplu als bescherming tegen de zon, want een lichte huid gold als ideaal. Het mes als dreiging en verlangen naar plastische chirurgie. Het potje crème als de belofte van lichter, gladder, mooier. Het leek een kinderspel, maar de stilte die volgde maakte duidelijk: we waren een diepe laag binnengegaan.
De eerste lessen over schoonheid leer je niet van glossy tijdschriften of influencers, maar van je familie. Ouders, grootouders, tantes en ooms. Hun opmerkingen werden vaak gebracht als zorg, maar bleven steken als norm.
De paradox is pijnlijk. Juist omdat deze woorden uit liefde kwamen, nestelden ze zich dieper. Wat als zorg begon, werd een last die je jarenlang met je meedraagt. In de kring voelde ik hoe dat gedeelde herinneringen waren. Wij herkenden allemaal de blikken, de kleine zuchten, de handelingen die minstens zo hard waren als uitgesproken woorden.
Later in de avond, tijdens de tweede ronde met hartige gerechten, schoof het gesprek naar de spanning van opgroeien in twee werelden. Binnen de eigen gemeenschap kon een kenmerk bron van trots zijn, terwijl dezelfde eigenschap daarbuiten reden tot spot werd.
“Ik voelde me trots op mijn platte neus binnen de Indonesische gemeenschap. Maar op school werd ik erom uitgelachen.”
Deze dubbelheid vormde een rode draad. Trots en schaamte zijn geen tegenpolen, maar twee kanten van dezelfde munt. Het voortdurend schakelen ertussen maakt dat schoonheid nooit neutraal is. Je leert jezelf niet alleen in de spiegel zien, maar vooral door de ogen van een ander. Wij spraken over de vermoeidheid die dit constant oplevert. Over hoe je je voortdurend afvraagt: waar mag ik trots op zijn, en waar moet ik me voor verbergen?
In de derde ronde, terwijl de zoete hapjes op tafel kwamen, spraken we over media. Over hoe zichtbaarheid voelt als een golfbeweging: nu eens is er plots veel vraag naar Aziatische gezichten, daarna verdwijnen ze weer.
“Ik was model en zag hoe snel de vraag naar Aziatische gezichten verdween. Eerst veel interesse, daarna niets meer. Representatie mag geen trend zijn.”
Daarbij kwam colorisme ter sprake. De druk om lichter te zijn, je ogen groter te maken, je haar losser te dragen. Niemand hoefde dit uit te leggen – de blikken van herkenning zeiden genoeg. Deze schoonheidsidealen zijn niet willekeurig. Ze zijn erfgoed. Koloniaal erfgoed. En nog steeds alledaagse realiteit. In die woorden hing de zwaarte van generaties.
En de cijfers bevestigen dat:
De verhalen uit de kas die avond staan dus niet op zichzelf. Ze zijn deel van een groter systeem dat schoonheid definieert – en uitsluit.
En toch. Terwijl de avond vorderde, veranderde de toon. Er werd gelachen, er werd opgelucht geknikt. Het delen zelf werkte helend. Juist omdat iedereen zich kwetsbaar opstelde, ontstond er een collectieve kracht.
“Een gekneusde pols geneest vanzelf. Maar het zelfbeeld dat telkens wordt afgebroken door afwijzing, dat kan alleen genezen in gemeenschap.”
Aan het eind schreven we boodschappen op post-its, gericht aan onszelf en aan toekomstige generaties. Zinnen die als tegenstem dienen tegen jaren van kritiek:
Die post-its bleven na afloop achter als kleurrijke sporen van de avond. Een visueel bewijs van de kracht van delen en luisteren. Het voelde alsof er iets verschoven was. Alsof de last lichter was geworden, simpelweg omdat we hem samen droegen.
Wat deze Dim Sum Sessie liet zien: schoonheidsidealen zijn nooit alleen esthetisch. Ze zijn intiem en politiek tegelijk. Ze vertellen ons hoe kolonialisme doorwerkt in de dagelijkse opmerkingen aan de keukentafel. Hoe generaties leren voldoen aan een blik die niet van henzelf is. Maar ook hoe we die erfenis kunnen doorbreken – door samen te spreken, te luisteren en elkaar terug te zien.
Het moment dat me het meest bijbleef, was de stilte na die eerste zin: “Mijn moeder zei altijd dat ik lichter moest lijken.” Een stilte vol herkenning en gewicht. Een stilte die zich vertaalde naar urgentie. Deze verhalen mogen niet langer onzichtbaar blijven.
Voor de deelnemers bood het erkenning. Voor de samenleving is dit een spiegel. En voor PAC is het opnieuw een bevestiging: verhalen die zelden gehoord worden, zijn de verhalen die nu verteld moeten worden. Niet later. Nu.