
door
Pan Asian Collective
Verschillende groepen Chinezen in Nederland worden tijdens de oorlog onder meer in Venlo en Staphorst ingezet om wegen aan te leggen, onder wie Chan Chi.
Hij is steward op een schip en komt in 1936 naar Nederland. Hij besluit te blijven: zijn thuisland China is immers in oorlog met Japan. Hij vestigt zich in de Binnen Bantammerstraat in Amsterdam en werkt als steward tot aan het uitbreken van de oorlog.
Chi verliest zijn baan en wordt in 1941 via het Arbeidsbureau Amsterdam naar Staphorst gestuurd om voor het magere loon van vier gulden per week in een kamp een weg aan te leggen. Deze weg, de Ebbinge Wubbenlaan, wordt later in de volksmond ook wel de ‘Chinezenweg’ genoemd.
Chi’s verhaal is later vastgelegd in het boek Sporen van de oorlog: ooggetuigen over plaatsen in Nederland, 1940-1945 (1989). Daarin beschrijft hij dat hij twee zomers aan de Chinezenweg heeft gewerkt: het eerste jaar met zeventig arbeiders, de tweede zomer met nog maar dertig.
Volgens Chi waren de lokale inwoners in eerste instantie bang voor hen. De kampbeheerder omschreef hij als een strenge NSB’er die zeer strikt was voor de Chinese arbeiders. Chi was verantwoordelijk voor de tolken en het magazijn, en bracht zieke mensen op de fiets naar de dokter.
De Chinese arbeiders mochten eens in de twee weken een weekend naar huis, voor Chi dus naar Amsterdam. In de winter werkte hij in Amsterdam: in de gemeentewasserij, de Luijcks-fabrieken en later in de glasfabriek in de Warmoesstraat. In 1944 verhuisde hij naar Den Haag.
“In 1945 werden alle jongemannen tussen de vijfentwintig en veertig opgepakt. Daarom moest ik onderduiken. Gelukkig is er verder niks gebeurd.” – Chan Chi

Wat deden zo'n 3.000 Indiase soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Nederlandse kust, in dienst van nazi-Duitsland?

Hoe overleefden Chinese restauranthouders de Duitse bezetting? En waar lag de grens tussen samenwerken en overleven?

Een Chinese student die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland vast kwam te zitten, werd vrijgelaten uit een kamp en woonde later met twee onderduikers op zolder, recht boven een kantoor van de Sicherheitsdienst.